Oostende in de belle époque

144 p. /paperback / 2005

22,00

Slechts 1 resterend op voorraad

Beschrijving

De belle époque, de periode tussen het einde van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw (1890-1914) werd zowel in België als in de rest van Europa gekenmerkt door levenslust en een optimistisch vertrouwen in de gestage vooruitgang met betrekking tot de techniek en de welvaart. Oostende bekleedde in dat opzicht een bijzondere positie, aangezien de stad kon bogen op de aandacht en interesse van koning Leopold II, de bouwheer-koning, die van Brussel de zetel van zijn Belgisch en overzees rijk zocht te maken en van Oostende zijn mondaine zomerverblijf. De ironie van de geschiedenis mag blijken uit het feit dat zijn megalomanie van ‘Zwart Afrika’ één groot slavenkamp maakte, maar dat onder zijn patronaat Brussel en Oostende meer dan hun [lees meer] voordeel deden. 1905 vormde niet alleen het middelpunt van de belle époque, maar het jonge Belgische koninkrijk vierde tevens zijn 75-jarig bestaan, wat ook in Oostende uitbundig werd gevierd. Oostende zou datzelfde jaar uitgroeien tot de koningin der badsteden. Er werd met man en macht gewerkt aan belangrijke haveninstallaties, nieuwe gebouwen stonden in de steigers en de stad kende een forse toename van luxehotels en stadsvilla’s. Naar analogie van andere Europese steden ging men ook van start met de bouw van de Koninklijke Gaanderijen. Het Kursaal onderging zijn eerste restauratie en de indrukwekkende nieuwbouwen van het postkantoor, de schouwburg en de Sint-Petrus-en-Pauluskerk van architect Louis de la Censerie naderden hun voltooiing. In januari van datzelfde jaar werd een Europees unicum in gebruik genomen: de eerste autoweg bedekt met macadam. Oostende werd een mondaine pleisterplek voor de Europese aristocratie, waaronder de Duitse keizer Wilhelm II en de sjah van Perzië.

Oostende in de Belle Époque doet de stad alle eer aan. Diverse medewerkers belichten in bondige en rijk geïllustreerde hoofdstukken de hierboven aangehaalde werkzaamheden en vernieuwingen. In de inleiding plaatst C. Vermaut het gouden jaar 1905 in samenhang met de economische, politieke en architecturale expansie en verwezenlijkingen elders in de wereld.