De jacht op de flaminganten

Auteur: prof. Jos Monballyu
240 p. / Paperback

22,95

Op voorraad

IJzerfront, 1917. Tijdens nachtelijke “vliegtochten” schilderen of plakken Vlaamsgezinde militairen allerhande eisen op huizen en barakken. In loopgraven en kantonnementen verspreiden ze geregeld in het geheim pamfletten. De misnoegdheid zit diep. De legertop heeft in het voorjaar immers geprobeerd elk Vlaams initiatief en elke kritische stem te smoren: ze voerde een strenge censuur in op brieven en publicaties en verbood Vlaamse studiekringen. Van dan af zat er voor de flaminganten niets anders op dan in de clandestiniteit verder te werken. Het wanbegrip en de repressie heeft hun eisen
ook radicaler gemaakt. Zo vragen ze in een “Open brief aan de koning” de onmiddellijke splitsing van het leger in Vlaamse en Waalse regimenten en willen ze de duidelijke en geschreven belofte dat de Vlamingen na de oorlog gelijkgerechtigd zullen worden.
De Vlaamse agitatie neemt in de loop van het jaar toe. Vanaf december 1917 komt het zelfs tot betogingen, waarbij officieren gemolesteerd en bedreigd worden. Volgens een hardnekkige mythe regent het daarop straffen en vervolgingen voor de Franstalige krijgsraden.
In deze uitgave gaat prof. dr. Jos Monballyu na of dit wel klopt met de werkelijkheid. Waar en wanneer werden er Vlaamsgezinde militairen strafrechtelijk vervolgd en gesanctioneerd? Op welke juridische gronden gebeurde dit? Welke straffen werden daarbij opgelegd? En was er bij die vervolgingen inderdaad sprake van misbruiken, waardoor sommige gestraften zich na de oorlog als martelaren van de Vlaamse zaak konden opwerpen?