Ik was 20 in 14

Auteur: Siegfried Debaeke
Gebonden met harde kaft

19,95

Op voorraad

De 20-jarige Jeroom Leuridan schrijft over het leven aan de rand van de frontstreek
Van 1 januari tot 25 juni 1915 houdt Jeroom Leuridan (de latere Vlaamsnationalistische politicus) op de ouderlijke hoeve in Oostvleteren een dagboek bij. In dit openhartig document lucht hij zijn gemoed, noteert allerlei plagerijen van Franse soldaten en beschrijft schokkende oorlogstaferelen. Hij poogt al schrijvend ook uit te maken of hij zich als oorlogsvrijwilliger moet aandienen. Of moet hij op de hoeve te Oostvleteren blijven zorgen voor het karige bezit van zijn ouders tot het ogenblik dat hij opgeroepen wordt voor het leger ?
Op een meesterlijke wijze evoceert de 20-jarige Leuridan oorlogstaferelen “aan de rand van de frontstreek”. Hij heeft geen goed woord over voor de Franse soldaten die er kantonneren. Hij spreekt van een schrikbewind en baalt van hun zedeloosheid en stoeferslust. De Duitsers beschieten het dorp: “Hoe stort ons daverend huis niet in? Hoe scheurt heel de streek niet open?”
Leuridan ziet dat Vlaamse soldaten voor de krijgsraad in het Frans berecht worden: “arme dutsen die naar heren luisterden die in ongekende taal over hun eer en hun leven beslisten”. Poperinge is een “wereldstad” geworden: “weerzinwekkend wat ik hoor over ‘t schandelijk leventje van de Poperingse bevolking”.
Uiteindelijk vertrekt Leuridan naar het leger. “Om doodgeschoten te worden”, snikte zijn moeder. “Nee, omdat ik moet, om mijn plicht te doen.”